
Pandhuiswet 1910
Artikel 56
1
Particuliere banken van leening kunnen gedurende een jaar na de inwerkingtreding van deze wet worden gehouden zonder de in art. 13 gevorderde toelating.
2
Het bepaalde in de artt. 17-20, 23-36, 38, 39, 46 en 47 blijft gedurende dien termijn buiten toepassing; houders van banken van leening zijn eerst na afloop van dien termijn met inachtneming van het bepaalde in art. 37, tweede lid, gehouden tot naleving van een besluit, te voren vastgesteld op grond van art. 37, eerste lid, letter b, c, d, e of f.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.